In ons weilandje lopen sinds een aantal weken zes schapen van onze buren. Nadat ze m’n terras flink hadden ondergescheten, hebben we maar eens schrikdraad gespannen, om ervoor te zorgen dat ze op het gras blijven.
En dan…

Zie je de schapen elke dag rondom het atelier.
Ze herkennen je.
Ze doen alles samen. [grazen, herkauwen, poepen, in de schaduw liggen, rennen]
Ze kijken je soms echt wazig aan met die gekke koppen van ze. [Vind ik dan he]
Ze schuren hun kont langs de muur van m’n atelier en staan dan heel hard met hun staart te flapperen.
Ze kijken wel naar je, maar laten je ook weer links liggen.
Ze brengen een groot deel van hun dag door met eten, herkauwen en poepen.

Nou, zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar de schapen hebben me de laatste tijd een beetje aan het denken gezet.2017-07-14_0010In de Bijbel worden wij regelmatig vergeleken met schapen.
En God met de Herder.

Dat laatste kan ik nog wel bij: God zorgt, wijst de weg, houdt de schapen bij elkaar, gaat een verloren schaap zoeken,
geeft z’n leven voor de kudde als het erop aankomt.
Maar dat eerste. Hmm.

Ik een schaap? dacht ik dus steeds.
Ben ik ook zo vies? Lelijk? Eigenzinnig? Groepsdier? Bange scheiterd?
Ik dook erin en ontdekte dat er al veel over schapen is gezegd.

2017-07-14_0011 2017-07-14_0013“Schapen hebben leiding nodig. Ze horen naar de stem van de herder. Voor vreemden kunnen ze op de vlucht slaan.
Wanneer ze in paniek raken, stuiven ze alle kanten op. Wanneer een schaap op zijn rug komt te liggen, heeft hij soms hulp nodig om overeind te komen.
In een schaapskooi worden soms meerdere kudden bijeen gebracht. Ze herkennen hun eigen herder.”
Bron: Christipedia2017-07-14_00142017-07-14_0017 2017-07-14_0015 En neem dan onze uitdrukkingen en gezegden over schapen.

  1. als er één schaap over de dam is, volgen er meer. (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel.)
  2. een schurftig schaap steekt de hele kudde aan (=een slechte persoon in een groep, maakt de hele groep slecht)
  3. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschadelijk voordoet)
  4. het verloren schaap (zijn) (=de gezochte (zijn))
  5. het zwarte schaap van de familie (=iemand die een beetje buiten de familie staat qua gedrag)
  6. nu heb je het schaap aan het schijten (=nu komen er problemen van.)
  7. wolf in schaapskleren (=er braaf uitziend maar in werkelijkheid heel gevaarlijk)
  8. zijn schaapjes geschoren hebben (=van zijn rente kunnen leven)
  9. zijn schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
  10. zijn schaapjes scheren (=er de winst uithalen)
  11. zo koud als een kaalgeschoren schaap. (=heel erg koud.)2017-07-14_0016Langzaam begin ik meer van een schaap te snappen. En misschien wel iets meer over mezelf 😉