Mag ik je een vraag stellen? Wanneer heb jij je voor het laatst echt kind gevoeld? Misschien was dat heel lang geleden.
Want de grotemensenwereld en het ‘ouder-zijn’ slokken al je aandacht, energie en tijd op.

Oké, een volgende vraag: kun je je een mooi moment herinneren waarop je je op-en-top kind voelde?
(Tegelijkertijd besef ik dat deze vraag voor sommige lezers pijnlijk kan zijn.)
Misschien was het die dag dat je met je laarzen in de plassen stampte. Of toen je moeder je voorlas. Of die keer dat je op schoot zat bij iemand. (hier zit ik bij m’n opa)
  Ook al is mijn jeugd niet vlekkeloos geweest, toch weet ik genoeg momenten voor de geest te halen waarop ik een vrij en blij kind was.

Misschien ben je inmiddels zelf ouder geworden van een kind(eren). En ken je iets van het onvoorwaardelijke dat je voor je kind voelt.
Liefde, zorg, toewijding. Linksom of rechtsom is kind mogen en kunnen zijn, een groot voorrecht.
Want in de ideale situatie heeft een kind een liefhebbende vader en moeder, is er een warm thuis, wordt er gezorgd, getroost, geholpen, gevoed, gelachen, gewaarschuwd, geliefd.

Wij mogen een kind van God zijn. Je weet wel, die hoge, almachtige, grote, krachtige, alwetende God.
Jij. Mag. Zijn. Kind. Zijn.
Niet omdat je iets doet, of bent, of hebt. Maar omdat je gelooft in Hem, in het werk van Jezus. Dat is werkelijk het enige!
Kun jij dat bevatten? Omarmen wellicht?

Jouw ouders hebben je kunnen en willen behoeden voor pijn en nare dingen in het leven. Een simpel voorbeeld.
Toen jij leerde lopen, ben je tig keer gevallen. En je ouders hebben je láten vallen. Soms zacht, soms heel hard.
Geschaafde knieën soms… maar uiteindelijk kende je de vrijheid van zelfstandig lopen! Wauw! Dat waren al die valpartijen wel waard!
En soms moet je leren van je domme fouten (die o zo’n rottig gevolg kunnen hebben).

In de Bijbel staat dat wij delen in Gods lijden. God zegt niet dat Zijn kinderen pijn, verdriet, domme fouten, bespaard blijft.
Ook in die ‘zuchtende schepping naar verlossing’ delen we. Maar hé, lees even verder… Je bent een erfgenaam!
Een erfgenaam is degene aan wie volgens de wet of testament de erfenis wordt nagelaten door de overledene.
Door het overlijden van mijn ouders weet ik heel concreet wat het is om erfgenaam te zijn. Bij het tekenen bij de notaris kregen wij alles, eerst van mijn moeder, later van mijn vader, op onze naam.
In ons geval waren dat mooie, maar ook echt minder fijne dingen.

Maar mijn hemelse Vader beloofd ons een ongelofelijk mooie erfenis:
eeuwig leven, Zijn totale verlossing, Zijn hemel, Zijn goedheid, Zijn liefde, Zijn gloria! Wat een ongelofelijk blij vooruitzicht is dat!

En als voorproef, als voorschot op die erfenis, heeft Hij nu al Zijn Geest gegeven. Die bij je is, nu al. Misschien ervaar je die Geest al wel: in je denken, je gesprekken, beslissingen of dagelijks leven.
Dat je steeds meer gericht mag zijn op die Vader. Die Geest pleit voor je bij de Vader, als jij het niet kunt.
Hij geeft je wijsheid op momenten dat je het nodig hebt. Hij leidt je door moeilijke tijden heen.
Ik voel de laatste tijd steeds meer die werkelijkheid dat de Geest me gegeven is en dat maakt me stil, diep verwonderd en blij als een kind.

Wij zijn geen werknemers, geen soldaten, geen slaven. Maar kinderen en erfgenamen.
Laat deze waarheid eens tot je doordringen… Word je daar dan ook niet heel klein en dankbaar van?

PS Ik moest denken aan het lied I am no longer a slave to fear, i’am a son of God. Luister dat eens…

Hoop dat deze boodschap een mooie afsluiter voor je is tegen het einde van het jaar 2017.