De titel is misschien een beetje gek, en toch… die heeft alles met ‘echt’ te maken.
Want hoe ‘echt’ durven we God te laten zijn?
Vandaag deel II over ‘echt’.

Soms zit ik in de kerk en voel me met de minuut meer vervreemden van de God, Degene voor Wie ik juist hier gekomen ben. De kerk is tenslotte Zijn huis. Maar toch voel ik me daar regelmatig op grote afstand van Hem, omdat de vorm, de woorden, de manieren zo anders zijn dan wat aansluit bij wie ik ben – wie ik nu mag zijn bij God.

Begrijp me niet verkeerd: ik denk dat veel mensen (heel) veel diepgang kunnen beleven tijdens een veertigdagentijd (vastentijd),  kerkelijk jaar vieringen, bij een liturgisch prachtig in elkaar gedraaide kerkdienst, of woorden/liederen die oud en vertrouwd in de oren klinken. En daar wil ik ook zeker geen negatief woord over zeggen (misschien ben ik wel jaloers op die mensen).

Maar … wat als ik dat nu helemaal niet zo ervaar?

In de kerk mogen, moeten, zullen, vinden en doen we zoveel.
We mogen zoveel (ruimte van geloven).
We moeten zoveel (goede getrouwe christenen zijn).
We zullen zoveel (grote dingen doen in Zijn naam).
We vinden zoveel van alles en iedereen. (allerlei meningen te hebben over van allerlei zinnige en onzinnige, ethische en politieke zaken)
We doen zoveel (omdat het ‘waar’ ‘heilig’ enzovoorts zou zijn)

(Foto: Janneke Huisman)

Ik herinner me kerkdiensten van ‘vroeger’ waarin gezegd werd: als de Heere echt in je werkt, dan… (kon je niet slapen van ellende, lag je in de sloot te bidden, konden mensen dat op die en die manier aan je merken, vul zelf misschien maar aan). Ik was me er al heel jong van bewust dat ik heel graag die ECHTE GOD wilde kennen. Maar in de sloot liggen, daar had ik geen zin in. En me in zwarte kleren hijsen ook niet en de hele dag huilen zag ik ook niet echt zitten. Het verlangen om Hem écht te kennen werd groter en groter.

Daarom zou ik zo graag zien dat we die grote, almachtige God ook vrijlaten in hóé Hij dingen doet. En niet zoals we nu vaak doen, als we Hem en Zijn manier van werken met onze zelfgemaakte regels, wetten en denkwijzen proberen te snappen en in een hokje plaatsen, want juist daardoor houden we Hem mijlenver bij ons vandaan. De ‘zo hoort het’ of ‘zo werkt God’ of ‘zo is God’ kan op deze manier een gevangenis worden in plaats van vrijheid!
Even plat gezegd: Voor een chinees, een drugsverslaafde, een kerkganger, een hindoe, een hoogbejaarde, een durfal, – God weet precies wat ze nodig hebben en ook hoe Hij zichzelf moet laten zien.

Inmiddels zijn we heel wat jaren verder en mag ik met veel blijdschap zeggen dat God Zich echt op Zijn veelzijdige manier aan mij heeft laten zien – en Zich nog steeds laat zien. Hij is belangrijk voor me geworden – onmisbaar zelfs – en de basis van mijn bestaan en leven. Ik zou werkelijk niet weten hoe ik zonder God ‘over bergen en door dalen’ zou moeten gaan.

Hij is mijn huis-tuin-en-keuken-God geworden, en dat bedoel ik niet oneerbiedig. Maar juist in het alledaagse laat Hij Zich zo vaak zien aan mij.

  • Hij IS er als ik wakker word, wat me dankbaar maakt voor elke nieuwe dag (ongeacht hoe ik me voel!)
  • Sommige gedachten die in mij zijn, daarvan voel ik dat God me die geeft. Zelf kan ik soms mopperig, geïrriteerd of boos zijn… en dan zomaar uit het niets zijn daar ‘gedachten van vrede’. Nou, die komen echt niet uit m’n tenen, maar die geeft God!
  • Ik kan me zo verwonderen over de krácht van een zaadje dat tot leven komt en begint te groeien. De kracht van de natuur is zo’n getuigenis van God zelf.
  • Woorden die ik lees of liederen die ik luister komen regelmatig zo ongelofelijk precies op de goede tijd, dat ik dat als knipoog van God beschouw: Hij ziet me en weet zo precies wat ik nodig heb.
  • en zo kan ik nog wel even doorgaan.
    Mijn ‘dagelijkse huis-tuin-en-keuken-geloof’, van mijn relatie met de Huis-tuin-en-keuken-God.

Hij laat zich als dé Bijzondere, vinden in het kleine en alledaagse.
“Zoek geen grote dingen, zoek ze niet.” (Jer. 45: 5)

God IS en ik mag ZIJN.
Zonder moeten, zullen en geven.
Gewoon van Zijn genade leven.

Durven we die ‘wetten-en-geboden-en-manieren-God’ los te laten en de ‘Huis-tuin-en-keuken-God’ te omarmen met heel ons hart?