Een van de hoogtepunten van onze Namibie-reis was voor mij het bezoek aan de Himba’s.
De Bosjesmannen heb ik al laten zien met een blog, nu tijd voor twee andere mooie stammen.
Ga er maar even voor zitten, want het zijn veel foto’s!!
Vijftien jaar geleden hebben we dit volk voor het eerst ontmoet, dat heeft een diepe indruk op mij achtergelaten.
We kamperen bij Marius – half nederlands en half duits – en hij heeft contact met verschillende Himba-dorpen, hij spreekt ook de taal van de Himba’s en helpt hen als hij kan. Met hem bezoeken we dit bijzondere volk.
De Himba (of Ovahimba) is een bevolkingsgroep in het noordwesten van Namibië. Ze bevolkt een deel van de regio Kunene, het gedeelte dat bekend is onder de naam Kaokoveld ten zuiden van de Kunene-rivier. De Himba zijn nomaden en leven voornamelijk van hun vee. De Himba zijn nauw verwant aan de Ovazemba en de Herero. Hun taal Zemba is vrijwel identiek aan de Otjiherero, die de taal is van de Herero.

Kaokoveld is een droog en onherbergzaam gebied. De Himba hebben tijdens de koloniale overheersing van Zuid-Afrika in afzondering geleefd en leven in het begin van de 21ste eeuw nog grotendeels op traditionele wijze. De Himba’s zijn een nomadisch volk; ze trekken met hun koeien en geiten door het land. Verder verbouwen ze maïs waar ze maïspap van maken. Het voedsel van de Himba’s bestaat voornamelijk uit melk met meel erin; als er groente is eten ze dat ook. Af en toe wordt er een dier geslacht; daarvan eten ze elk onderdeel op. Koeien worden alleen geslacht bij bijzondere gelegenheden, bijvoorbeeld bij een huwelijk, maar ook bij een begrafenis.

Voor de Himba is hun uiterlijke verschijning erg belangrijk. Hun uiterlijk zegt iets over de plaats in de groep en de fase van hun leven. Als ze tien jaar zijn worden bij zowel de jongens als de meisjes de twee voortanden in de onderkaak eruit geslagen met een stok en een steen. Dit is een Himba-traditie waarvan de herkomst onduidelijk is. Meisjes dragen hun haar in twee vlechten over hun voorhoofd; in de puberteit vlechten ze hun haar in kleine staartjes die ingesmeerd worden met geitenvet en oker. Getrouwde vrouwen dragen daarbij nog een kleine kroon van geitenvel op hun hoofd. Huwbare Himba jongens zijn herkenbaar aan een gebogen staartje omhoog.

Himba-vrouwen wassen zich nooit, ze smeren zich in met otjize, een mengsel van geitenvet, kruiden en oker. Door de oker krijgen de vrouwen de typische rode kleur. Het mengsel beschermt hen tegen de zon. Ook sieraden zijn belangrijk voor de Himba’s. Deze maken ze van schelpen, leer en koper. Het belangrijkste sieraad voor de vrouwen van de Himba is de ohumba, een schelp die aan een ketting om hun nek hangt. Zowel mannen als vrouwen dragen weinig kleding; de traditionele kleding is gemaakt van de huiden van geslachte dieren.   Als ze tien jaar zijn worden bij zowel de jongens als de meisjes de twee voortanden in de onderkaak eruit geslagen met een stok en een steen. Ze smeren zich in met otjize, een mengsel van geitenvet, kruiden en oker. Ook hun haren worden van dit mengsel gemaakt. Vanaf de puberteit douchen of wassen deze vrouwen zich niet. Ze wassen wel hun handen en gezicht.
En ondanks de in onze ogen ‘slechte hygiene’ zijn deze mensen zelden ziek, komen er geen oogafwijkingen voor en zijn ze sterk en gezond.We mogen vrij fotograferen – en nee, deze mensen schamen zich niet voor hun gedeeltelijke naaktheid. Het is een trots volk!
     De (ergste in 130 jaar) droogte raakt ook deze mensen. Voor de koeien is er nauwelijks nog gras te eten.
Dat de kinderen kleding krijgen van de Europese Unie en daarmee hun tradities qua kleding ontgroeien, daar mag je zeker iets van vinden. Bij een huisje verderop zie ik een Herero-vrouw zitten.
“De Herero zijn nauw verwant aan de eveneens in Namibië wonende Himba. De volken zijn van oudsher herders en de talen van beide volken, Otjiherero en Zemba, zijn vrijwel identiek. Beide groepen kleedden zich vroeger op dezelfde manier, de vrouwen liepen boven bloot en de weinige kleding die ze droegen bestond uit dierenhuiden. Toen de Duitse missionarissen het gebied wilden kerstenen, vonden ze die dracht onbeschaafd. De missionarissen bevalen de Himba’s en de Herero’s zich te kleden conform de toenmalige Europese mode die bestond uit Victoriaanse kleding. De Herero’s waren gevoelig voor de missionarissen en veranderden hun kleding, de Himba’s deden dat niet. De Hererovrouwen dragen sinds de eerste helft van de 20e eeuw Victoriaans aandoende jurken met daaronder vele onderrokken, op hun hoofd dragen de Herero’s een haaks geplaatste grote hoed.”
Ik ben blij dat in mijn miniprintertje weer meegenomen heb en hen kan bedanken voor hun gastvrijheid.
Ze vinden het fantastisch om foto’s van zichzelf te krijgen. Handige plek om je geld op te bergen 😉   We gaan naar het volgende dorpje en een paar Himba’s rijden met Marius mee naar dat dorp.
Raad eens hoeveel mensen hier achterin zitten?
(stuk of 10) Deze man kan dagen zo op zijn stoel doorbrengen, vertelt Marius. We mogen binnenkomen in een van de huisjes, op kraamvisite. Want dit kleine baby’tje is ongeveer 2 weken oud.    Wij kunnen druk zijn met kleding, maar deze mensen zijn druk met het onderhouden van hun sieraden 😉   Als we even rondgelopen hebben, komen opeens veel vrouwen in beweging. Hun zelfgemaakte souvenirs willen ze graag verkopen!
De mand (vaag op de voorgrond) gemaakt van een bokkevelletje hebben wij o.a. mee naar huis genomen. Opnieuw rijden er een paar Himba’s mee: naar de winkel en naar een ‘ziekenhuisje’.In dit winkeltje verkopen ze ‘vetkoek’… een soort oliebollen zonder rozijnen. Na deze Himbavrouw was ik de volgende klant en trakteerde ik de groep op deze heerlijke ‘vetkoek’.
  Zou deze bevolkingsgroep met hun intrigerende gebruiken en tradities over een jaar of 15-20 nog bestaan?
Of moet je ze dan zoeken, net als mensen die altijd klederdracht dragen in Nederland?
Ik heb in elk geval ontzettend genoten om deze mensen te kunnen en mogen fotograferen.