‘Werk een keer per week in de aarde of voel de aarde’.

Dit is een leefregel van de monniken. Wie in de tuin werkt, stuit op de weerbarstigheid van het leven.
Werken in de aarde geeft je realiteitszin en inzicht in de natuurlijke processen die in de schepping zijn gelegd.
Het verbindt je met je omgeving en met je eigen oorsprong.
Mensen met groene vingers hebben ook minder last van stress en zijn beter in staat los te laten.

Mijn oma zei het altijd al tegen me: ‘kind, met je handen in de aarde is heilzaam’.
Maar het gevoel van zand/grond tussen m’n nagels heeft me lange tijd doen gruwelen.
Een paar planten van mijn moeder en een paar planten van mijn tante als deel van hun nalatenschap, heeft iets losgemaakt.
Juist deze planten móesten blijven leven, dus ik ging goed voor ze zorgen.
Het is het begin geweest van iets, wat ik nooit hadden kunnen vermoeden.
Lessen van zaadjes, de weerbarstigheid van het groene leven, stressvermindering en diepe verwondering. Mijn atelier staat vol met groene pracht en alle planten van mama en Gineke hebben al generaties voortgebracht.
Inmiddels zoek ik als ontspanning mijn plantjes en stekjes op.Ook is een deel van de tuin bestempeld als ‘groentetuin’ en hebben we de afgelopen jaren heel wat tomaten, courgettes, zuidafrikaanse skorsies, pepers, venkels, bieten en verse kruiden uit eigen tuin gegeten.
Tegenwoordig besmet ik anderen met dit virus door kleine plantjes weg te geven en mijn enthousiasme en verwondering over te brengen.
En weet je wat zo mooi is? Dankzij het C-virus krijgen steeds meer mensen oog voor het wonder van het groen.
Worden op veel plekken moestuinen gemaakt.
Wroeten steeds meer mensen in de aarde.
Terug naar waar we vandaan komen.
En dat is heilzaam.

Geniet jij van groen(e vingers) of denk: laat maar ik heb het druk genoeg met andere dingen? Wat brengt het je als je wél met plantjes bezig bent?
Interesse in wat stekjes? Bel me even, meestal heb ik wel wat staan!