Opeens. Heel opeens is het daar. Zo’n steek in je hart. Het heet ‘missen’.
Missen van iemand waar je veel van hield en er niet meer is.

Een foto. Een voorwerp. Een moment.
En dan ‘pats’. Dan voel je de pijn in je hart.
De pijn van nooit meer hier.

  De tranen biggelen over m’n wangen. Want al is het steeds langer geleden, soms voelt ‘toen’ weer ‘nu’.
De mooie gesprekken, de dingen die we samen deden, de kleine karakteristieke gewoonten, het afscheid nemen.
De tranen stromen inmiddels. En ik laat ze gaan.
De pijn, het verdriet, het missen, het mag er zijn. Ik hoef het niet te verstoppen.

Want dit is deel van mij. Van mijn bestaan. Ik zal het altijd met me meedragen.
Rouw doordringt je. Het verandert je bestaan. Je zienswijze.
De wonden van rouw genezen maar worden soms zo opeens rauw weer opengereten.
Je kunt er veel en hele mooie woorden aan geven en
maar misschien herken je het wel: dit is niet uit te leggen.
Want het is niet te beschrijven.

Het onverwachte missen.
Mam.
Pap.
Gineke.

Kahlil Gibran schreef het zo:
‘Wanneer je verdrietig bent, kijk dan opnieuw in je hart en zie dat je huilt om wat je vreugde schonk.’

Ik blader wat in Gineke’s foto-archief.
Bekijk foto’s waar deze mensen op staan en haal idd herinneringen op aan ‘vroeger’.
Ben dankbaar voor alles wat we wél hadden.

Juist in de donkere dagen kunnen die mismomenten er namelijk zijn.
Op de meest onverwachte momenten.
Ik loop er niet van weg. Maar ‘k neem tijd voor m’n verdriet. En laat die tranen maar gaan…
Ik wens alle mensen die dit herkennen heel veel sterkte toe.


De kunstzinnige foto-beelden zijn gemaakt door mijn tante Gineke: kunstenaar en fotograaf.
Om ‘scherpte’ gaf ze niet: als de kleuren, de compositie en vooral ‘het gevoel’ goed was.
In liefdevolle herinnering deel ik haar beelden af en toe.