Als je vraagt wat we in Namibie gezien hebben? Dan is het antwoord: heel veel niks.
De leegheid, rauwheid en niksigheid van Namibie is met geen pen te beschrijven en geen camera vast te leggen.
Waarom we er dan toch heengaan? Omdat in die al die leegte grote, bijzondere parels te vinden zijn.
‘We’, schrijf ik. Dit keer is dat niet alleen Sjoerd en ik , maar zijn we met een club van totaal 11 ‘kaaskoppen’ op avontuur gegaan.
Het is een lange blog, met veel foto’s… (wees gewaarschuwd!)

 Het leuke van met meerdere auto’s rijden is, dat je elkaar kunt fotograferen. Want als je goed op het weggetje kijkt, zie je twee auto’s van onze groep rijden. Geeft gelijk een beetje perspectief 😉 We passeerden de Kreeftskeerkring.
(dat Joke en Aart hier niet op staan, heeft te maken met het feit dat ze hiervoor ‘een verkeerde afslag’ hadden genomen) Het eerste hoogtepunt is Sossusvlei. Een bijzonder woestijngebied wat tegen de zee ligt, bestaande uit ‘rode zandduinen’.
Duin 45 is de meest bekende, omdat ie het hoogste is. Maar als er zoveel mensen op die duin lopen, pakken wij wel een andere 😉 In al dat niksige zand, ontdek je zoveel moois.    Dead Tree ValleyWe reden verder naar Swakopmund. Daar kun je in deze prachtige duinen rondcrossen met een quad.    Op zondagmiddag maakten we een ritje naar ‘de maan’. Oftewel, ‘landed on the moon’.Nee, het is niet op foto’s vast te leggen. Geen 10% van het effect kun je weergeven.
Maar de structuren van de rotsen en bergen, de historische verhalen daarvan… daar raak je van onder de indruk. En dan in het onmetelijke niks, is daar weer een grote parel: een kolonie zeeleeuwen.
Miljuizende van die dieren op een hoop…Opwaarts noord! Daar bij Camp nowhere.. waar werkelijk niets is dan dit… hebben we gekampeerd.Zoutwinning Langs de kant van de weg staan zoutkristallen te koop. Je zoekt een mooie uit en je doet geld in het potje.En een van de bijzondere dingen is dat waar je al uren rijdt zonder iets of iemand te zien, er daar toch altijd ook weer mensen wonen. De droogte is enorm. De ergste droogte in meer dan 130 jaar. En dan zie je aan de dieren (koeien zijn mager) en merk je aan de mensen als ze om water vragen. Elephants-head. Zie je ‘m?
En dan de steen helemaal links, neem even in je op hoe ‘klein ie is bij de rest’……Zo groot is alleen die ene steen al! Kun je nagaan hoe ENORM de rest is! We kamperen allemaal in onze daktenten. Niet alleen onze auto, maar ook de huurauto’s zijn zo ingericht dat je ‘alles wat je nodig hebt, in de auto is’.
De avonden en nachten kunnen flink koud zijn. Dus een vuur maken is geen overbodige luxe: om je eten op gaar te maken en warm te worden.Eigenlijk elke avond ‘braai’: vlees op het vuur en lekkere dingen erbij: knoflookstokbrood, braaibroodjes, salades, en nog veel meer.Een mooie ontmoeting met de ‘bosjesmannen’. De ‘San’ zoals ze genoemd worden. Een bijzonder volk, waar ik binnenkort nog veel meer over ga vertellen en laten zien! In de buurt van de San hadden we -wat mij betreft- onze mooiste kampplek.

Als geintje hadden drie thuisblijvers de tent van Bryan op een onmogelijk hoge plek opgeslagen… Zie je ‘m?
‘Een van de beste grappen in m’n leven’ vond hij gelukkig 😉Bij Brandberg zien we bergolifanten. Prachtige omgeving om deze mooie reuzen te ontmoeten.  En weer een soort van niks. We hebben al tegen elkaar gezegd: ‘neem zand, steen en struiken’ en God heeft er 100 landschappen van gemaakt in dit land. Vlakbij Kamanjab is een Cheetah-farm. Drie cheetah’s waren enigszins tam…… maar in het veld zijn hun broers/zussen weer echte wilde dieren! Het rijden is een avontuur op zich. Saaie stukken. Maar ook spannende delen rijden we.    Dit stof  was zo fijn dat het leek of je door ‘cementzand’ liep. Het zag eruit als zand, het voelde als water.
Levert wel mooie plaatjes op. Hoe de auto er daarna van binnen en buiten uitzag, hebben we het maar even niet over. (poeh, te erg)Dit was een avontuur, want het heeft ‘even’ geduurd voor we met z’n allen door dit stuk waren (maar daar later over in het filmpje). We brengen bezoek aan het ‘Petrified Forest’: het versteende bos.
Duizenden bomen liggen in dezelfde richting over een groot oppervlak verspreid en zijn inmiddels versteend.
Met dat je daar loopt zie je bijna bewijs voor de zondvloed. Namibie heeft bijzondere volken, zoals naast de San, ook de Herero’s en de Himba’s.
Ik had mijn miniprintertje weer meegenomen en dat werd erg gewaardeerd.Over de Himba’s komt nog een aparte blog, want daar heb ik veel foto’s gemaakt. Een bijzonder volk, met intrigerend uiterlijk en gewoonten.  Elk gebruik, elk sieraad, alles heeft een betekenis. En weer door het uitgestrekte niks, naar het volgende hoogtepunt.
De eerste dagen is dat niks maar niks. Maar hoe langer je er rijdt, hoe mooier het wordt. Hoe rustgevender en zelfs afwisselender!Wildpark Etosha! Een groot wildpark, die grotendeels bestaat uit een zoutpan. Enorme vlaktes maken het makkelijker om wilde dieren te zien. Wild kijken is een kwestie van heel veel geduld, goed kijken en een portie geluk.
Welke dieren zie je hier? En dit is zelfs met mijn 600 mm lens genomen… 😉Niet alleen de grote, maar ook de kleine dieren blijven prachtig om te zien! Dit is toch een plaatje?Een gewone en een albino-wenkbrauw-zebra 😉Een afrikaanse wilde kat: wij hadden ‘m nog nooit in het echt gezien! Soms zijn dieren ver weg, soms ook echt dichtbij.    Op de camping kwam deze grapjas ons vermaken: hij kroop in kliko’s alsof ie een mens was en verorberde dan allerlei lekkers. Honey-badger, honingdas in het Nederlands.    In Ethosha nemen we afscheid van elkaar en vanaf hier gaat iedereen z’n eigen weg. In korte of langere tijd richting Nederland. Wij moeten nog via Botswana terug naar Johannesburg rijden.Inclusief retour Johannesburg-Windhoek (is totaal al ruim 3000), hebben we alles bij elkaar 8000 kilometer gereden! En deze lange blog en deze foto’s? Zijn nog maar een fractie van wat we gezien en meegemaakt hebben.
Wil je meer zien? Dat kan hier.

En een filmpje is nog in de maak 😉 en er zijn zoveel foto’s gemaakt dat ik nog weleens wat post over deze trip.